|
Het doel is eenvoudig: welk van de dappere strijders komt het
verst op een liter brandstof? Daarna wordt het snel ingewikkeld,
want de teams van universiteiten en hogescholen bedenken razend
knappe manieren om brandstof te besparen.
Rangen en standen
Het deelnemersveld bestaat uit de meest vreemdsoortige
voertuigjes. Ze zijn ingedeeld in twee klassen: de "Urban
Concepts" en de "Prototypes". De "Urban Concepts"
zijn vierwielige autootjes met een zitplaats, dak, lampen en andere
voorzieningen. Dankzij de inbreng van autoontwerpers in de dop zijn
sommige autootjes begeerlijk mooi en hebben ze alleen daarom al de
sympathie van het publiek.
De "Prototypes" lijken meer op "rijden sigaren" waarin de
bestuurders niet zitten, maar liggen. Ook "brandstofverslindende"
zaken als een dak of deuren zijn niet langer verplicht. Hier is
techniek nog veel extremer en het verbruik sensationeel laag: 1 op
3.000 is geen uitzondering.
In beide categoriën moet een minimumsnelheid van 30 km/u
worden aangehouden en moet de bestuurder minimaal 50 kg wegen.
Anorexia-meisjes zijn de helden van de teams.
Klaar voor de start ... af!
Bij aanvang van de race is het stil op de startgrid. Om
brandstof te besparen worden de motoren pas op het allerlaatste
moment gestart. Bij de start is het daarom interessant om te zien
welke auto's van de plek komen.
Tijdens deze slow-motion race lopen de strategieën sterk
uiteen. Sommige teams rijden met een constante, lage snelheid.
Anderen kiezen er juist voor snelheid op te bouwen, de motor uit te
schakelen en daarna zo lang mogelijk uit te rollen. De meest
efficiënte voertuigen kunnen wel een halve ronde uitrollen en
gebruiken de motor slechts enkele seconden per ronde!
De verschillende tactieken maken de "Eco-Marathon" ook
leuk voor het publiek. De toeschouwers speculeren onderling welke
strategie het beste zal werken.
Alle races kennen veel uitvallers. De techniek is zelden getest
op de lange afstand (een race duurt één uur). Dan
blijkt dat grasmaaiermotoren, aircokoppelingen en kinderwagenwielen
niet bedoeld zijn voor de autosport. De teamleden juichen als hun
voertuigje weer een ronde heeft weten te volbrengen. Onder de teams
is de spanning van de gezichten af te lezen als hun auto
bijgeluiden maakt of te lang uit het zicht blijft.
Aan het einde van de race wordt het verbruik van de auto's door
officials gemeten. Dit is het moment waar alle deelnemers met hoop
en vrees naar uitkijken. Om de scores te kunnen vergelijken, wordt
het verbruik van alternatieve brandstoffen op basis van de
energiewaarde omgerekend naar gewone benzine.
|
Internationaal
De zuinigste verbrandingsmotor komt van het Zweedse
"Baldos"-team, dat 299 kilometer reed op één
liter Shell benzine. Het team verklaart het succes door goed
teamwerk van de vijf studierichtingen die de universiteit telt. Een
zelfontwikkelde techniek om onverbrande resten brandstof uit de
uitlaatgassen te hergebruiken, maakt de auto extra zuinig.
Een van mooiste auto's komt uit Denemarken. De
"Roadrunner" heeft veel weg van een miniatuur Jaguar, maar
rijdt op een nieuw ontwikkelde brandstof. "Dimethyl Ether"
heeft volgens het team alle goede eigenschappen van diesel, maar
kan worden gewonnen uit biomassa. Het resultaat: 1 op 265.
Voor de Fransen is dit een thuiswedstrijd, die daarom 103 teams
hebben gestuurd. Vooral in de klasse van de "Prototypes" is
Frankrijk oppermachtig: het winnende team legde 3.382 kilometer af
op één liter brandstof. Meest opvallende Franse
deelnemer is de bamboe auto; een materiaal dat snel groeit en licht
in gewicht is. Door de toepassing van een "zware" motor (125 cc =
Hummer-proporties in deze wereld) op LPG, kwam dit eco-model niet
verder dan een verbruik van 1 op 74.
Zelfs het olierijke Iran stuurt een afvaardiging, dat met een
grasmaaiermotor, een zelfontwikkelde CVP-versnellingsbak
("Continu Variabele Planetary") en een in huis gemaakte
verbruikscomputer een verbruik van 1 op 171 weet te realiseren (90e
plaats). Ondanks de matige score is het evenement voor hen toch
geslaagd. Hun doel is vooral het uitwisselen van cultuur en leren
van elkaar. Dat is precies waar het bij een evenement als dit om te
doen is. De agressie die kenmerkend is voor autoracen wordt tijdens
de "Eco-Marathon" ingeruild voor vriendschap. Bezuinigen was
nog nooit zo leuk!
Conclusie
De "Shell Eco-Marathon" biedt niet het spektakel van een
traditionele autorace. Dit is een heel ander spelletje; een leuker
spelletje! Net als bij autoracen staat de techniek centraal. Juist
daar is het Shell om te doen, want het bedrijf wil talent onder de
studenten kweken om te werken aan de schone energie van de
toekomst.
Maar naast techniek gaat het bij de "Eco-Marathon" om
tactiek. Autoracen speelt in op oerinstincten: verstand op nul en
blik op oneindig. Bij zuinig rijden gaat het om strategie en
intelligentie. Een groot budget is geen garantie om te winnen, een
doordacht concept en teamwork wel.
|