|
Tijdens de Autosalon van Genève in 1998 toonde Peugeot
een studiemodel van de 206 CC, toen nog 20♥. Dit prototype
was een cabriolet met opvouwbaar metalen dak naar voorbeeld van de
Mercedes SLK. Niet veel later werd de deur van de Nederlandse
Peugeot-dealers platgelopen. En iedere keer moesten die arme
Peugeot-verkopers uitleggen dat het hier slechts om een studiemodel ging.
De overdonderende belangstelling voor dit concept leidde er toe
dat Peugeot na enig aarzelen tot productie van de 206 CC overging.
En dus liep het opnieuw storm bij de Peugeot-dealers. Weliswaar
werd een aantal auto's ongezien verkocht, maar de meeste klanten
moesten opnieuw onverrichterzake naar huis terugkeren omdat het nog
wel even zou duren voordat de CC ook daadwerkelijk kon worden
geleverd. Eerst zou dat de zomer 2000 worden, toen het derde
kwartaal van 2000, toen de jaarwisseling en nu -voorjaar 2001-
staat de CC eindelijk bij de dealers.
Het wachten wordt rijkelijk beloond. In het echt oogt de auto
even speels en slank gelijnd als het studiemodel van weleer. De
vlakke achterkant is even wennen in vergelijking met de
206-hatchback, maar het misstaat de auto allerminst. Wie rustig de
tijd neemt om het lijnenspel van de 206 CC in zich op te nemen,
blijft genieten van de vloeiende vormen en de vele leuke details;
lijnen vullen elkaar aan, lopen over van de ene vorm in de andere
en zorgen ervoor dat de auto een frisse en levenslustige
uitstraling krijgt. De wachtende testauto in de kleur "Gris
Iceland" is een serieuze en oogstrelend charmante cabriolet.
Claustrofobie
De test begint met gesloten dak. Dan valt op dat de 206 CC een
minder claustrofobisch gevoel geeft dan veel andere tweepersoons
cabriolets. Dat is te danken aan de afstand van het dashboard tot
de voorruit en de twee "kinderzitjes" achter de voorstoelen. Zelfs
een kleine volwassene moet zich in de wonderlijkste bochten wringen
om hier plaats te kunnen nemen. Peugeot maakt daarom op voorhand
duidelijk dat deze stoeltjes alleen voor kleine kinderen zijn
bedoeld, en zelfs dan nog alleen voor korte ritjes.
De voorstoelen geven veel zijdelingse steun en zijn, evenals het
stuurwiel, in hoogte verstelbaar. Dat moet wel, want het dak is
laag en de voorruit loopt veel minder stijl omhoog dan die van een
gewone 206. Door de stoel naar voren te zetten en de rugleuning
meer achterover te laten hellen, kunnen ook langere bestuurders
(tot ongeveer 1 meter 95) een goede zitpositie vinden.
Panelen op het dashboard en de deuren zijn bekleed met stof in
de kleur van de lak. Dat maakt het interieur levendig en kleurig.
Het dashboard is eenvoudig en lijkt op dat van iedere andere 206.
Alleen de witte wijzerplaten maken duidelijk dat het hier niet om
een standaard 206 gaat.
De knop die de 206 tot 206 CC maakt, is tussen de voorstoelen te
vinden. Nadat met de hand twee beugels zijn ontgrendeld, doet een
ingenieus systeem van stangen en hydraulische pompen de rest. Eerst
scharniert het kofferdeksel aan de kant van de bumper open, waarna
het dak en de achterruit (echt glas, met verwarming) behendig
worden opgevouwen in de bagageruimte.
In de bagageruimte is een soort rolgordijn te vinden dat de
ruimte in tweeën deelt. De ruimte boven het gordijn is
gereserveerd voor het dak, alles er onder is voor bagage (175
liter). Als het rolgordijn wordt weggehaald weet de elektronica dat
de gehele kofferruimte in gebruik is (410 liter), en kan het dak
niet worden geopend. Het openen of sluiten van het dak duurt
ongeveer 15 seconden, waarna de kloeke coupé tot kokette
topless Française is getransformeerd.
|
Barbie-auto
De Peugeot 206 CC krijgt regelmatig namen als "speelgoedauto" of
"Barbie-auto" toebedeeld. Inderdaad oogt de auto in de diverse
snoepjeskleurtjes waar Peugeot zich van bedient eerder schattig dan
ontzagwekkend. Al tijdens de eerste minuten van de testrit wordt
echter duidelijk dat de 206 CC bepaald geen doetje is. Het
onderstel is stevig geveerd en geeft meer het gevoel van een
sportwagen dan van een familieauto. Het fijn in de hand liggende
stuurwiel dirigeert de grote 16" wielen met banden met lage wangen
messcherp door de eerste bocht. Een set bijtgrage remmen draagt nog
eens extra bij aan het gevoel met een potente auto onderweg te zijn.
Voor de aandrijving van de 206 CC koos Peugeot dezelfde 1997 cc
metende 4-cilinder krachtbron die ook in de 206 GTi is te vinden.
Daarmee reageert de 206 CC op z'n zachtst gezegd gretig op het
gaspedaal. De CC vraagt er haast om een feestje te bouwen en iedere
kilometer zo snel mogelijk af te leggen. Wie eenmaal op die avances
in gaat is verslaafd. De sprinttijd van 0 naar 100 km/u is met 8,9
seconden niet bijzonder indrukwekkend, de tussensprints van 70 tot
130 km/u zijn dat zeker wel. Vooral in de derde versnelling is de
206 ronduit giftig en worden de inzittenden bijna in de stoelen
gedrukt. Als het overige verkeer alleen nog de achterpartij van de
CC kan aanschouwen is definitief bewezen dat dit geen Barbie-auto is.
Bij meer gangbare snelheden zitten bestuurder en passagier goed
uit de wind en blijven ook de rijgeluiden op een keurig niveau. Pas
bij snelheden boven de 100 km/u is het wenselijk de zijruiten te
sluiten omdat de rijwind een goed gesprek dan in de weg staat. Een
probleem dat Peugeot niet heeft kunnen oplossen is de stijfheid van
de koets. Normaal gesproken komt een deel van de stevigheid van een
auto uit het dak en moeten voor een cabriolet maatregelen worden
getroffen om de stijfheid te behouden. In de 206 CC is iedere
oneffenheid in het wegdek te voelen en resulteert dat in het
torderen van de koets. Dit is niet storend of gevaarlijk maar is
hier zo nadrukkelijk aanwezig dat de CC een minder solide gevoel
geeft dan een gewone 206. Bovendien klapperen de zijruiten bij lage
snelheid tegen de raamrubbers.
Met gesloten dak is het torderen afgelopen en geeft de 206 CC
een onvervalst coupé-gevoel. De uitermate gewillige motor en
nauwkeurige besturing leveren dan het rijplezier dat bij zo'n auto
hoort. Het geluidsniveau ligt wat hoger dan bij de gemiddelde 206,
maar dat geeft alleen maar meer het gevoel een tweezits
sportcoupé te rijden.
Conclusie
PR-afdelingen van autofabrikanten bedienen zich graag van termen
als "het zetten van een nieuwe standaard" of "baanbrekende
resultaten". Niet zelden gaat het dan om een futiliteit als een
verchroomde tankdop of extra bekerhouder op de achterbank. De
Peugeot 206 CC is echt een grote stap vooruit. Waar cabriolets op
basis van standaardauto's vaak een compromis zijn, is de 206 CC de
som van beide. Met gesloten dak is de 206 CC een leuke
coupé, met open dak is de 206 CC een heerlijke cabriolet.
Het enige nadeel is de levertijd: een jaar.
Daarom is maar één conclusie mogelijk: Peugeot
speelt vals! Dit jonge Franse model daagt uit met haar speelse
lijnen en verleidelijke rondingen. Indien gewenst gaat ze topless
en ze heeft altijd zin om een feestje te bouwen. Maar wie haar hart
definitief wil veroveren moet een jaar wachten. Dat moet dan maar,
want de Peugeot 206 CC is het wachten waard (Ivo Kroone).
|