|
De meeste SUV's gaan nooit off-road. De vierwielaandrijving
wordt nauwelijks gebruikt. Inmiddels zijn er daarom al heel wat
"look alikes" op de markt die er stoer uitzien, maar in
feite niets beter zijn in het terrein dan de gemiddelde
personenauto. Sterker nog: behalve de extra ruimte heeft een
dergelijke auto alleen maar nadelen in de vorm van een matige
wegligging plus een torenhoge aanschaf- en kilometerprijs. De
Subaru Forester is een mengeling van SUV en stationcar en biedt
daarom het beste van beide. De Subaru is minstens zo ruim als een
SUV, maar minder hoog. Dat geeft als vanzelf betere
rijeigenschappen en een lager verbuik.
Aanleiding voor deze test is de nieuwe versie voor modeljaar
2006. Het concept is gelijk gebleven, maar de auto is op alle
punten nagelopen en waar mogelijk verfijnd. De wijzigingen aan het
uiterlijk zijn echter minimaal. Alleen met een oude Forester
ernaast is het verschil duidelijk. Zo zijn de koplampen,
koplampsproeiers, grille, buitenspiegels, voorbumper en
breedstralers gewijzigd.
Innerlijk
Ook in de auto is het lang zoeken naar de verschillen. Het is
vooral het gevoel dat beter is. Niet langer zijn de individuele
delen door verschillende ontwerpers getekend en kwamen ze voor het
eerst samen in de auto. Het interieur is niet langer een
samenraapsel, maar een harmonieus geheel. Toch houdt een Europese
auto meer charme en flair.
Als het op prijs/prestatie aankomt, kan deze Japanner de
Europese concurrentie juist moeiteloos aan; de uitrusting is
compleet en modern. De auto wordt getest bij zeer warm weer en dan
valt op dat het klimaatcontrolesysteem zo krachtig is dat het
desgewenst een poolwind door de cabine kan jagen. Handig is de
dubbele zonnebrilhouder in het dak. Prettig is de radio met 6-CD
wisselaar in het dashboard.
Het nogal dunne stuurwiel is helaas nog steeds alleen in hoogte
en niet in afstand tot de bestuurder in te stellen. Ook de
hoofdsteunen zijn nog niet zo ver verstelbaar dat ze de veiligheid
van lange bestuurders kunnen garanderen.
All Wheel Drive
De Forester is, evenals iedere andere Subaru, een ideale
caravan-trekker. Dat is allereerst te danken aan de lage gearing.
Dit is een tweede versnellingsbak die extra verzetten biedt onder
de gebruikelijke eerste versnelling. Dat maakt de auto extreem
sterk en dat is zinvol met zware aanhangers op bijvoorbeeld een helling.
Niet iedere Subaru is voorzien van lage gearing, maar iedere
Subaru is wel voorzien van vierwielaandrijving. Tijdens een eerste
kennismaking met de Forester bleek de auto daarmee niet
onverdienstelijk in het terrein, alhoewel de lage bodemvrijheid de
Forester niet tot een terreinauto maakt.
Subaru spreekt daarom liever van "All Wheel Drive" om
duidelijk te maken dat het niet te doen is om off-road prestaties
maar om veiligheid. Daarbij gaat Subaru een stap verder dan
gemiddeld dankzij "Symetrical All Wheel Drive". Dit systeem
is nu verfijnd met "Active Torque Split", een mooie term
voor "slimme verdeling van de kracht over de wielen". De systemen
zorgen er samen voor dat zelfs als één of meerdere
wielen slippen, de auto de rijrichting blijft volgen en eenvoudig
corrigeerbaar is.
|
Mocht het allemaal niet baten, dan zijn ook de remmen krachtiger
dan voorheen. Dat is prettig, maar heeft wel als gevolg dat de auto
behoorlijk duikt en schommelt bij hard remmen.
Motoren
De sterkere remmen horen bij een sterkere motor. De 2-liter
viercilinder boxermotor kreeg 30 pk extra waarmee het totaal nu op
158 uitkomt. Dat komt niet terug in betere prestaties, maar wel in
een levendiger karakter. De reactie op het gas is, vooral bij hoge
toeren, directer dan voorheen. Vanuit stilstand lijkt de krachtbron
even te aarzelen om daarna steeds prima te presteren. Bij
tussenacceleraties, zoals nodig bij passeren op provinciale wegen,
presteert de Forester 2.0 uitstekend.
Ook als de auto stevig moet werken, is het geluidsniveau iets
lager dan voorheen. Het licht roffelende geluid is karakteristiek
voor de "boxermotor". Dit is een iets ander type motor dan
gebruikelijk die eenvoudiger van opzet is (lees: betrouwbaarder) en
het gewicht lager in de auto legt (lees: betere wegligging).
Turbo
De 2-liter motor komt niets tekort, maar voor wie toch (veel)
meer wil is er een 2.5-liter boxermotor met turbo. Tijdens een
vorige test maakte die krachtbron een cartooneske auto van de
Forester. De motor was zo snel, dat de rest van de auto moeite leek
te hebben te volgen. Dat is nu minder, maar nog steeds is de
Forester turbo zo snel dat de vraag rijst waar dit goed voor is.
De turbo levert nu geen 210 maar 230 pk en wie niet voorzichtig
met de koppeling omgaat, krijgt enorme klappen te verwerken of komt
desnoods in een spectaculaire vierwieldrift (die dankzij
bovengenoemde techniek uiterst eenvoudig is te corrigeren). Wie een
rally niet wil bekijken vanuit het publiek maar mee wil rijden op
rallysnelheid, heeft aan de Forester turbo een goede. En dat is
niet overdreven, want de turbo accelereert nu in exact 6 seconden
van 0 naar 100 km/u en is daarmee één van de
allersnelste SUV's op de markt!
Conclusie
De Subaru Forester was favoriet in z'n klasse en blijft dat. De
reden blijft ook dezelfde. In vergelijking met de meeste SUV's
biedt de Forester betere rijeigenschappen tegen lagere kosten met
betrouwbaarder techniek. De betere rijeigenschappen zijn te danken
aan het uiterlijk. Dit is geen hoge "namaak Jeep", maar een royaal
bemeten stationcar. Het gewicht ligt daarom lager en dat maakt de
auto stabiel en veilig.
De lage kosten beginnen met een keurige prijs/prestatie
verhouding. Het verbruik is een fractie gunstiger dan gemiddeld,
terwijl de betrouwbaarheid van de Subaru-techniek bijna
legendarisch is.
De verbeteringen maken de Forester op alle punten harmonieuzer
en aangenamer in de dagelijkse omgang. De motoren presteren beter,
de aandrijving maakt de auto nog veiliger en het uiterlijk is iets moderner.
|