|
Toyota staat bekend om de hoge betrouwbaarheid, maar sinds
enkele jaren ook om een buitengewoon vooruitstrevend beleid als het
gaat om het milieu. De Prius is al jaren het boegbeeld van de
gehele autoindustrie als het gaat om milieuvriendelijke oplossingen
die nu daadwerkelijk beschikbaar zijn. De "Avensis 2.2 D-4D
D-CAT Clean Power" is minder spectaculair dan de Prius, maar
als het om de techniek gaat is ook deze laatste vinding een
revolutionaire stap vooruit.
Theorie
Wie bij het kopen van een auto de vrijheid heeft te kiezen voor
benzine of diesel en daarbij rekening houdt met het milieu staat
voor een dilemma. Diesel is in de regel zuiniger en dat betekent
direct een lagere uitstoot van CO2. Een benzineauto heeft in de
regel een schonere verbranding en stoot daarom minder NOx en
roetdeeltjes uit. De CO2-uitstoot van een benzineauto is juist veel
hoger dan die van een diesel. Tenslotte bestaat een verschil in
prestaties tussen benzine en diesel, alhoewel dit steeds kleiner wordt.
Toyota biedt nu een oplossing voor dit dilemma met de
"D-CAT"; een speciale diesel katalysator die de uitstoot van
vier schadelijke stoffen drastisch beperkt (roetdeeltjes, NOx, HC
en CO). Samen met een uiterst verfijnd motormanagement, is de
dieselmotor met D-CAT op diverse punten tot wel 90% schoner dan de
Euro IV norm vereist. Om ook het prestatieniveau hoog te houden,
heeft Toyota deze nieuwe techniek direct toegepast op een zeer
sterke motor. Deze milieuvriendelijke groenliefhebber belooft
namelijk een forse 177 pk en een indrukwekkende 400 Nm aan trekkracht.
Praktijk
Mooie theorie, maar rijdt het ook goed? Om dat te bewijzen wordt
een rit naar Hamburg gemaakt. Op de Duitse autobahnen kunnen alle
paardekrachten en Newtonmeters voluit gaan om te laten zien dat
milieuvriendelijke techniek niet afdoet aan rijplezier.
Na het in ontvangst nemen van de auto staan echter eerst enkele
onvermijdelijke stadskilometers op het programma. Dan wordt meteen
duidelijk dat een sterke motor niet alleen uitblinkt bij hoge
snelheden, maar ook zeer veel souplesse biedt. De koppeling grijpt
robuust aan en direct toont de 2.2-liter diesel dat alles kan.
Desnoods kan in een hoge versnelling met nog geen 800 toeren per
minuut met het file-verkeer worden meegereden. Deze auto leent zich
uitstekend voor schakellui rijden en noteert al in de stad een
uiterst vriendelijk verbruik. Iets meer gas en de Avensis duikt
razendsnel in een gaatje op de andere rijbaan of voegt snel in op
een rotonde vol voorbijrazend verkeer. Alhoewel de remmen prima
zijn, had bij een dergelijke sterke motor een iets bijteriger
karakter gepast.
Autobahn
Eenmaal op de buitenweg is duidelijk dat ook hier de grote
reserves tekenend zijn voor het karakter van deze moderne diesel.
De motor is nauwelijks hoorbaar, alles gaat met gemak, niets is te
gek. Dat is mede te danken aan de vele verfijningen die sinds de
introductie van het model in 2003 aan de motor, versnellingsbak en
geluiddempende materialen zijn aangebracht. Alleen wanneer het
toerental flink toeneemt door remmen op de motor, is in de verte
iets van een dieselgeluid waarneembaar. Verder presteert deze 2.2
liter viercilinder diesel met een rust en overmacht die de
eigenschappen van een zescilinder benadert. Daarmee heeft deze
sterkste dieselende Avensis niet het karakter van een sportwagen,
maar meer de grandeur van een Gran Turismo.
|
Als eindelijk de Duitse autobahn is bereikt, wordt dat gevoel
alleen maar versterkt. De Avensis is niet agressief zoals de
diesels van Duitse makelij (waar zeker ook wat voor te zeggen is)
en mist de levendigheid van een Italiaanse dieselmotor. Het is
opnieuw het gemak waarmee dit stukje Japans vernuft de "dikke
Duitsers" volgt op de meest linkse rijbaan. De milieubewuste
Avensis presteert minstens zo goed, maar doet dat op heel eigen
wijze. Zelfs met 190 km/u op de snelheidsmeter, wijst de
toerenteller nog een bijna luie 3.000 toeren per minuut aan. Dat is
mede te danken aan de speciaal voor deze motor ontwikkelde 6-versnellingsbak.
Dikke Duitser
Helaas dwingt de Avensis bij de andere weggebruikers nauwelijks
respect af, want keer-op-keer moet de Avensis inhouden voor auto's
die de Toyota puur op basis van het uiterlijk verkeerd inschatten.
Gelukkig blijft de auto ook op zeer hoge snelheid stabiel en
controleerbaar. Toch is de enige oplossing een auto met ster danwel
ringen op de neus voorop te laten gaan, waar iedereen wel voor
opzij gaat.
De hier gereden Executive-uitvoering biedt echter net zoveel
luxe als de voorligger die wel respect afdwingt. Links en rechts
gescheiden airconditioning, een prima audiosysteem en een compleet
lederen interieur: het is allemaal standaard. Alleen het DVD
gebaseerde navigatiesysteem en de xenon koplampen zijn optioneel.
Daarbij biedt de Avensis voor een auto in dit segment bijzonder
veel ruimte voor- en bovendien ook achterin. De "gevestigde orde"
mag de linker rijbaan dan voorbeeldig schoonhouden van langzamer
verkeer, de Avensis houdt ook het milieu schoon.
Conclusie
Na de Prius biedt Toyota opnieuw goed nieuws voor zowel
automobilist als milieu. De "Avensis 2.2 D-4D D-CAT Clean
Power" is een zeer snelle diesel die zich prima kan meten met
veel grotere dieselmotoren van andere merken. Desondanks is de
uitstoot dankzij de speciale "D-CAT" diesel katalysator en
roetfilter veel lager.
Zoals iedere Avensis (zie ook de meer algemene test van de
benzine-versie) biedt ook dit snelste en groenste exemplaar veel
ruimte, een zeer complete uitrusting en een hoog veiligheidsniveau.
Dankzij een korting op milieuvriendelijke diesels, is deze nieuwste
Avensis vanaf juni ook nog eens vriendelijk geprijsd.
|